De wind eronder

Hij rijdt met opgebolde armen
door de straat, zijn lijf gevangen
door de wind, als een kind zo blij
dat hij zijn jas nog
zelf kan openritsen.

Zijn glimlach tovert
speeltuinen terug,
autoloze zondagen,
bordspellen met
kwijtgeraakte pionnetjes,
thee met zelfgebakken koek.

Als hij al lang en breed
uit het zicht is verdwenen
voel ik nog zijn geluk
door de straat gaan:
de wind die hem
zijn hele leven voortdreef
en hem nog altijd
in zijn kracht doet staan.

Reacties zijn gesloten.