Doppelmensch

Doppelmensch

een jozzonet

Náár samenzijn:
hij zoekt met haar,
langs doodlopende wegen,
waar de grens ligt.
Het is lastig te bepalen
waar hij ophoudt en zij begint.
Het is lastig te bepalen
waar de grens ligt:
langs doodlopende wegen?
Hij zoekt met haar
naar samenzijn.

Meer weten over wat een jozzonet nou precies is?
Kijk dan op de site van Joz Knoop.

Op de fles

Op de fles Ik had je natuurlijk nog veel langer lief kunnen hebben, veel langer dan mij lief was geweest. Begrijp me niet verkeerd, het was een feest met jou te mogen schenken: elke fles met levenswater ging tot de … Lees verder →


Vermist

Vermist

Als je toch in de stad bent,
geef me dan maar op
als vermist of zo.

Ze zullen in ieder geval
medelijden met je hebben.

Geef me op als verloren zoon,
met kenmerken die je allang
bent vergeten. Verzin iets.

Zeg: het is zo’n verliezer die
het toch nooit goed kan doen.
Zeg: ik mis hem niet, maar
ik moest wat. Ze zullen je
koffie geven en een schouderklop
en meer van dat soort dingen.

Ik blijf wel weg tot je me vindt.
Tot ik mezelf vind.
Tot ik vind dat
ik weg kan
blijven.

Nu of nooit

Nu of nooit

voor Emy

Om maar te zwijgen
van wat er gezegd is,
laat je de tijd
voor zichzelf spreken.

Het is immers
altijd nu.

Het nu van
de barricades waarop je stond.
De slagen in de rondte
die je werkte, de sterkte
die je vond in bange dagen.

Het nu van altijd,
door jou op handen gedragen,
zolang je in de spiegel keek,
maar nooit week voor wie
het glas ervan zou breken.

Het nu van nooit
meer spreken van spijt,
teneergeslagen tijd,
het verwijt dat het
nooit eens nu was.

Het is nu.
Het is nooit.
Het is altijd
nu of nooit geweest.

Kermis

Kermis

Toch altijd weer dat
gevoel van kindergeluk,
vlinders in de buik:
opgepompte spanning
of teveel popcorn.

De mallemolen van het even
zweven boven de massa,
de geelgetooide kassa
met het veel te mooie meisje.

Hetzelfde wijsje
als in elke andere stad:
een zuurbal die de
Kop van Jut naar grote
hoogte jaagt, het onbehagen
van de blikken die blozen
in het flikkerende licht.

Jouw gezicht dat
mooier wordt door
de kitsch van het plastic horloge
dat de tijd doet vergeten,
omdat het er
niet om vraagt.

Het was weer koud
op de kermis
vandaag.

Hel Laten we samen naar de hel gaan vanavond, en spelen met het vaagste vuur dat we ooit zagen. Je kromme hart en je wankele gedachten hoeven niets te vragen over de komende nachten, dagen, jaren van heerlijke verdoemenis: dit … Lees verder →


Aftrekpost

Aftrekpost

Als ik in de zeikende regen
Mijn brievenbus vol aftrekpost
sta leeg te halen

denk ik nog weleens

Godverdomme
Het leven met jou
was zo ruk nog niet.

Het stond er echt

Het stond er echt

Het stond er echt:
Aardappelen
Schuursponsjes
Dichtbundel
Zeep.

Niet per ongeluk
tussen de stilstaande
woorden geglipt,
niet in dwangbuis
door een woud
van zinnen
gevlucht,
achterna gezeten
door boze wolven,
pratende konijnen,
jongens op ganzen,
eenhoorns
met jarretels.

Ik zei nog
voor de grap
wat aardappelen
met zeep te maken
hadden, maar ze
was onvermurwbaar.

Gedichten zijn
aardappelen
schuursponsjes
en zeep.

De wind eronder

De wind eronder

Hij rijdt met opgebolde armen
door de straat, zijn lijf gevangen
door de wind, als een kind zo blij
dat hij zijn jas nog
zelf kan openritsen.

Zijn glimlach tovert
speeltuinen terug,
autoloze zondagen,
bordspellen met
kwijtgeraakte pionnetjes,
thee met zelfgebakken koek.

Als hij al lang en breed
uit het zicht is verdwenen
voel ik nog zijn geluk
door de straat gaan:
de wind die hem
zijn hele leven voortdreef
en hem nog altijd
in zijn kracht doet staan.

Mooi

Mooi

Naar hoe ze moeite doet
om over de rand te kijken,
haar handjes krachtig
vastgeklemd aan de reling
van de toren.

Een zuurstokroze bommetje,
ongedwongen blond,
dat tussen het stenen geweld
vraagt: Maar pap,
wat is er nou zo mooi
aan Vlaardingen?

En het enige dat ik,
naar adem happend
tegen de brute zeewind in,
op dat moment nog
zeggen kan is:

Jij.